Goed zien is bepalend voor de toekomst
Als je jong bent, moet je je ogen goed de kost geven. Zeker op school. Maar uit onderzoek blijkt dat kleine zichtafwijkingen bij kinderen vaak niet of niet tijdig worden opgemerkt. De kans bestaat dat de leerprestaties daaronder te lijden hebben – en die kans lijkt in Nederland zelfs groter dan in andere Europese landen...
Nederlandse en Europese kinderogen.
Kinderen leren onder meer door goed om zich heen te kijken. Gezonde kinderogen zijn dus belangrijk. Toch blijkt uit internationaal onderzoek dat Nederlandse kinderen te weinig naar een gediplomeerd opticien of optometrist gaan. 15% doet dat tenminste elke twee jaar, terwijl het gemiddelde in Europa op 25% ligt! Ook blijkt dat ze veel minder vaak een bril of contactlenzen dragen: slechts 22% tegenover 34% in de andere Europese landen. Dat komt natuurlijk niet doordat onze kinderen zulke goede ogen hebben, maar doordat we er te nonchalant mee omgaan. Zo nemen we kinderen tot 8 jaar veel minder vaak mee voor een oogcontrole dan kinderen van 9 tot 13 jaar.
Terwijl kinderen juist tot hun tiende het risico lopen dat hun zicht slechter wordt zonder dat ze duidelijke klachten kunnen uiten. Ook de Wereld Gezondheidsorganisatie (WGO) bevestigt dat kinderogen extra kwetsbaar zijn. Zo zijn ze erg gevoelig voor UV-straling, met alle gevolgen van dien. Kinderogen die teveel blootstaan aan UVB, kunnen op latere leeftijd zelfs staar ontwikkelen. Als u dat weet, begrijpt u dat vooral kinderen hun ogen goed moeten beschermen. Het regelmatig bezoeken van een gediplomeerd opticien of optometrist is dan ook essentieel, juist op jonge leeftijd. In dat opzicht kun je er niet vroeg genoeg bij zijn!
Een correcte oogmeting leidt bij 25% van de scholieren tot een betere Cito-toets.
Denkt u dat het wel goed zit met de ogen van uw kinderen? 75% kans dat u gelijk heeft. Toch toont recent onderzoek van de Limburgse huisarts Theo Hendricks aan, dat ook kleine oogafwijkingen (vanaf plus of min een half) veel meer problemen veroorzaken dan tot nu toe werd aangenomen. Zo blijkt er verband te bestaan tussen deze afwijkingen en slechtere scores van kinderen in groep 8 bij de Cito-toets. Ongeveer een kwart van de kinderen heeft zo’n kleine plus/ minafwijking.
En hoewel ze daar niet direct slechter van gaan zien, kan de permanente (en vaak onbewuste) inspanning van de oogspieren wel leiden tot hoofdpijn en slechtere concentratie. Volgens Hendricks kan dit de leerprestaties en mogelijk zelfs het schooladvies nadelig beïnvloeden. Erg jammer, want de verborgen afwijkingen zijn eenvoudig op te sporen bij een goede oogmeting. Waarom dat dan toch zo weinig gebeurt? Enerzijds omdat de meeste kinderen ondanks de klachten wel scherp zien en dus denken dat het niet aan hun ogen ligt. Anderzijds omdat lang niet alle huisartsen, schoolartsen en opticiens weten dat dit probleem speelt of hoe ze het moeten aanpakken.

